kinderurologie

De kinderurologie is een relatief jonge  doch zeer belangrijke sub-discipline binnen de urologie.
Vanzelfsprekend dient dan ook de grootste aandacht besteed te worden aan urologische afwijkingen bij kinderen.
Inderdaad zijn de kinderen van vandaag de volwassenen van morgen.
 

Functionele klachten

Eén van de grote pijlers van de kinderurologie bestaat uit de zogenaamde “functionele klachten”.
Hieronder valt zowel bedplassen als broekplassen.
 
Deze problematiek is vaak complex. Verschillende factoren die mee aan de basis kunnen liggen van het bedplassen en broekplassen zijn :
  • Stoelgangsproblemen.
  • Dysfunctioneel plassen (onvoldoende relaxatie van de bekkenbodem tijdens het plassen).
  • Een kleine blaascapaciteit.
  • Neurogene aandoeningen.
  • Een verhoogde urineproductie tijdens de nacht. 

Op de dienst urologie van het ASZ werd resoluut gekozen voor een multidisciplinaire aanpak.
 
Binnen de “PLASKLINIEK” werken de behandelende kinderurologen intens samen met kinderartsen, kinesitherapeuten en kinderpsychologen.
 

Diagnosestelling bij bedplassen en broekplassen

  • Urineanalyse en urinekweek. Infectie dient te worden uitgesloten.
  • Echografie van nieren en blaas. Lichamelijke afwijkingen worden hiermee uitgesloten.
  • Mictielijst. Hierbij wordt en het kind evenals aan de ouders gevraagd gedurende minstens 48 uur alle vochtinname evenals geproduceerde urine zorgvuldig en op uur te noteren op een mictie lijst.
  • Urodynamisch onderzoek. Door deze functietest kunnen eventuele stoornissen van blaasvulling en sluitspierontspanning of neurologische afwijkingen van de blaas, worden opgespoord.

Behandeling van bedplassen en broekplassen

De behandeling van bedplassen en broekplassen vraagt een bijzondere inspanning van zowel kind, ouder als behandelende arts. De behandeling is vaak langdurig en is soms frustrerend.
 
  • Dieetmaatregelen. Frisdranken en koffie hebben een sterk prikkelend effect ter hoogte van de blaas spier en worden dan ook ten allen tijde afgeraden.
  • Regelmatige ontlasting (stoelgang). Constipatie zorgt voor overdreven darmvulling, met prikkeling van de blaas tot gevolg. Regelmatige malse ontlasting is dan ook aangewezen.
  • Medicatie. Verschillende medicijnen kunnen worden voorgeschreven, zowel om de blaascapaciteit te vergroten, als om het dag-nacht ritme van de urineproductie te beïnvloeden. Soms wordt er zelfs een combinatietherapie voorgesteld.
  • Psychologische begeleiding. Sommige kinderen hebben een hectisch bestaan en staan onder zware psychologische druk (school, prestaties, echtscheiding, e.a.). Dit kan onbewuste psychologische regressie met zich meebrengen, met incontinentie tot gevolg. Een degelijke psychologische begeleiding is dan ook vaak noodzakelijk.
  • Heelkundige ingrepen. Bij kinderen met een uitzonderlijke kleine blaascapaciteit kan uitzonderlijk  worden gekozen voor een behandeling met transurethrale injecties met botulinetoxine (BOTOX) in de detrusorspier van de blaas.

Lichamelijke urologische afwijkingen

De kinderurologie buigt zich eveneens over een hele waaier aan lichamelijke afwijkingen ter hoogte van de uitwendige geslachtsorganen van het jonge kind,  evenals over de afwijkingen van de “lagere” en “hogere” urinewegen.
 
Het “chirurgische” deelgebied binnen de kinderurologie is bijzonder dynamisch, wat zich binnen de dienst urologie van het ASZ uit in een streven naar steeds verfijndere en steeds minder invasieve operatietechnieken.
Het overgrote deel van de kinder- urologische ingrepen gebeurt in dag opname en onder volledige verdoving. Een aangepaste afdeling, een aangepast kinder-operatiekwartier evenals een aangepaste ontwaakkamer worden hiervoor voorzien.
Vanzelfsprekend wordt het kind door één van beide ouders, of een grootouder, begeleid tot in het operatiekwartier, tot op het ogenblik van de narcose.
Bij het ontwaken kan één  van beide ouders, of grootouder, aanwezig zijn op de kinder-recovery. Zo is er altijd een gekend gezicht in de buurt.

Verschillende kinder-urologische ingrepen zijn:
  • Circumcisie (besnijdenis).
Deze ingreep wordt meestal uitgevoerd omwille van een nauwe voorhuid (fimosis), of om religieuze of,culturele redenen.

Binnen de dienst kinder-urologie van het ASZ wordt de wondnaad vaak niet meer gesloten met hechtingen, maar met chirurgische lijm.  

De postoperatieve pijn is hierdoor lager. De postoperatieve zorg voor de ouders wordt vereenvoudigd en het kosmetisch resultaat is beter.

 

  • Varicocoele (spatader).

Een varicocele is een aangeboren spatader, meestal ter hoogte van de linker zaadbal. De varicocele is één der  meest voorkomende oorzaken van verminderde vruchtbaarheid bij de man.

Bij uitgesproken vormen van varicocele, of bij asymmetrische groei van de testikels, wordt aanbevolen deze pathologie reeds op kinderleeftijd te behandelen. Verschillende heelkundige technieken zijn hiervoor mogelijk.

Meestal wordt gekozen voor “antegrade foam sclerotherapie”. Hierbij wordt via een kleine incisie ter hoogte van de balzak, in één van de takken van de spatader een schuimoplossing van Aethoxysclerol ingespoten, waardoor de spatader verdwijnt.

 

  • Vesico-ureterale reflux.

Bij kinderen met recidiverende urineweginfecties wordt soms de diagnose van vesico-ureterale reflux vooropgesteld. Bij deze aandoening gaat bij het plassen een klein deel van de urine terugvloeien naar de nieren, met regelmatige pyelonefritiden tot gevolg.
Verschillende behandelingen zijn mogelijk:

  • Conservatief beleid. Bij lage graden van reflux kan mits een lage dosis preventieve antibiotische behandeling langdurig worden afgewacht. Bij het groeien van het kind verdwijnt de reflux inderdaad vaak spontaan.
  • Heelkundige ureter re-implantatie. Bij ernstige graden van urinaire reflux, tot in de nier, is het soms aangewezen via een onderbuiksinsnede één of beide ureters op correcte “anti-reflux “ wijze terug in te planten in de blaaswand.
  • Sting procedure. Bij minder uitgesproken vormen van vesico-ureterale reflux kan via transurethrale weg, dus via het plaskanaal, een ‘bulking agent’ geïnjecteerd worden onder de uitmonding van de urineleider in de blaas, waarbij het defecte antirefluxmechanisme hersteld wordt. 
 
  • Cryptorchidie (niet ingedaalde zaadbal).
Beide testes worden bij het embryo aangelegd in de buikstreek, naast de nieren, en dalen vervolgens enkele weken voor de geboorte via het zaadkanaal naar de balzak.

Wanneer een jongetje wordt geboren met een niet-ingedaalde teelbal spreekt men van cryptorchidie. Meestal bevindt de zaadbal zich dan ergens tussen de buikholte en de onderzijde van de lies streek.
Behandeling is noodzakelijk teneinde de vruchtbaarheid maximaal te bewaren, doch eveneens om het risico op zaadbalkanker op oudere leeftijd tot een minimum te beperken. Behandelingsopties zijn:
 

  • Orchidopexie. Via een kleine lies insnede wordt de  niet-ingedaalde zaadbal vrijgemaakt, en via een onderhuidse tunnel gefixeerd te hoogte van de balzak.
  • “Fowler- Stevens” procedure. In uitzonderlijke gevallen bevindt de niet-ingedaalde testikel zich niet in het lieskanaal, doch bevindt deze zich nog steeds in de abdominale holte. In deze gevallen wordt via laparoscopie (kijkoperatie) een hoog gespecialiseerde ingreep uitgevoerd waarbij intra-abdominaal in een eerste tijd de arteria en vena testicularis worden afgeclipt.In een tweede tijd wordt, na verschillende maanden, en na voldoende ontwikkeling van collaterale bloedcirculatie, een scrotale orchidopexie uitgevoerd.
    De dienst urologie van het ASZ heeft in deze techniek een bijzondere expertise.
 

 

Urineweginfecties bij kinderen

Urineweginfecties bij kinderen lijken vaak heftiger, pijnlijker en dramatischer dan bij volwassenen. Met snelle en doelgerichte antibiotische behandeling worden dergelijke infecties evenwel snel onder controle gebracht.
 
Gezien kinderen niet over dezelfde lichamelijke reserves beschikken als volwassenen, dienen zij bij infecties van de “hogere urinewegen”, vb. bij acute pyelonefritis,  opgenomen te worden op een uro-pediatrische afdeling om intraveneuze antibiotische behandeling te ondergaan.
 
Bij elke urinaire infectie bij kinderen dient uitgebreide investigatie te gebeuren naar mogelijke onderliggende oorzaken.
 
Specifieke oorzaken van urineweginfecties bij kinderen:
  • Fimosis.
  • Vesico-ureterale reflux.
  • Chronische constipatie.
  • Bekkenbodemdisfunctie.
  • Neurologische afwijkingen. 

Indien deze afwijkingen bij kinderen worden vastgesteld dienen zij vanzelfsprekend op adequate wijze behandeld te worden.
 
We verwijzen verder naar het hoofdstuk “Urineweginfecties” voor verdere informatie.